De laatste nacht

0

Zo licht als een veertje beroer ik zijn hand. De afdruk die mijn vinger achterlaat lijkt nu voor eeuwig, maar morgenochtend is het niets meer dan een vage herinnering waarvan alleen ik het wegvagende karakter ken. Een diepe zucht verlaat zijn mond en is het enige geluid dat deze hoge, stille kamer vult. Ik sluit me af en laat het gemis me overvallen. Zo dichtbij en zo ver weg. Hij houdt me vast, maar laat me los.

Ik nestel mijn hoofd diep in het kussen, verlies de controle. Geheel geluidloos banen ze zich een weg omlaag. Vanuit mijn ooghoek vormen ze een nat spoor naar de nog droge haren rond mijn slaap. Ik word overmand. Maar hij slaapt door, gaat door. Een kreun verlaat zijn prachtige mond, zijn arm schokt heel even. Ik verstijf, beschaamd om deze emotie. Waarom huilen terwijl ik zou moeten genieten? Waarom juist nu?

Ik schuif voorzichtig zijn arm van me af, worstel me uit dit intieme samenzijn. Ik wil hem niet loslaten. Ik wil hem wakker schudden, me laten troosten. Ik wil zijn armen steviger om me heen. Zijn lippen op de mijne en bovenal zijn vingers, die mijn tranen beroeren en ze doen verdampen. Alsof ze er nooit zijn geweest. Maar hij draait zich om, terwijl ik de dekens voorzichtig omsla en mijn naaktheid verhul in een T-shirt.

De deur maakt meer geluid dan ik gehoopt had. Na mijn voeltocht langs de vele kledingstukken –van hem, van mij – vind ik de zware deurklink en leg mijn gewicht erop. Een bundel van licht strekt zich voor mijn blote voeten uit. Snel werp ik een blik op het bed achter me. Zijn ogen zijn gesloten, terwijl het licht zachtjes met zijn warrige, bruine haar speelt. In één soepele beweging dans ik op mijn tenen het licht tegemoet. Het enige bewijs van mijn tranen is terug te vinden in mijn natte haar en lichtrode ogen, zie ik als ik langs de spiegel naar het toilet loop.

Als ik doorgespoeld heb en de verwarming wat lager zet, bekruipt me een leeg gevoel. De woonkamer dient nu geen functie. Het enige dat telt zijn de sporen die hij hier heeft achtergelaten. Zijn sneakers naast de bank. Zijn jas aan de stoel gehangen, haastig, klaar om ieder moment aan te trekken en ervandoor te gaan. Drie aangekoekte pannen en borden met restjes pasta vormen een nutteloos stilleven in de keuken. Hij heeft toegekeken, uitgeteld op de bank. De gehele tijd voelde ik zijn blik op me rusten, en overdacht ik iedere beweging. Maar nu zijn z’n beiden ogen dicht en is deze kamer leeg. Hij is er wel, maar is er niet.

Kleine sneeuwvlokjes vormen een nieuw, wit laagje op zijn auto. Ik schuif de vitrage opzij en schaar me in het licht van de oranje lantaarn op de stoep. De wereld is rustig, vredig op dit tijdstip. Half twee, en onze laatste nacht tikt door. Ik pak zo geluidloos mogelijk een glas, vult het uit de kraan en neem plaats op de bank. Ruimte zat, nu hij er niet ligt. Met mijn blik op de straat, glijdend langs zijn zilveren volkswagen, bedenk ik me hoe vaak ik zijn auto in de afgelopen maanden heb gezien. Of gedacht te hebben gezien. Nog nooit leken er zoveel auto’s op die van hem. Iedere zilver stukje motoriek, op de snelweg of in de stad, lichtte mijn hoop op. Teleurstelling en opluchting volgden.

Ik weet dat ik nu hetzelfde voel. Jezelf hoop blijven geven, of tegoed doen aan iets dat nooit volledig zal voelen, is niet langer het plan. Niet langer ons plan. Niet dat dit gepland is, onze intenties waren anders. Zo peins ik tien minuten over het hoe en waarom, met mijn benen opgetrokken op de bank en mijn hoofd rustend op mijn knieën. Een rilling trekt langs mijn rug. De tranen komen al een tijdje niet meer, en aangezien de logica al langer ver te zoeken was, besluit ik er inderdaad nog even van te genieten. Ik werp een laatste blik op de in oranje gloed badende auto, en doorbreek de stilte door langzaam richting eigenaar te sluipen.

Als ik de slaapkamerdeur open en de lichtstraal zijn ogen raakt, ontwaakt hij heel even. Zijn warme lichaam draait zich om en verwelkomt me in bed door zichzelf dicht tegen me aan te nestelen. Ik kus zijn voorhoofd, keer hem mijn rug toe en voel hoe zijn naakte lichaam perfect op het mijne aansluit. Zijn adem raakt mijn oor en warmt me met een rustgevend gevoel. Ik voel hoe de slaap me inpakt en mijn gedachten zich langzaamaan verplaatsen naar het oneindige schouwspel van een nog onbekende droom. Ik kruip nog dichter tegen hem aan, verlies mezelf voor de laatste keer. Terwijl ik in stilte afscheid neem, glijden een paar woordjes bijna geluidloos over mijn lippen: “Ik mis je nu al.”

Print Friendly, PDF & Email
Share.

About Author

Hi there and welcome to my little online world! I'm Danielle, 27 years old and living in Zoetermeer, the Netherlands. Most of the time, you'll either find me behind the laptop writing for my own company DanceWrite.nl, or doing my magic in the kitchen. You see, I've got this thing for food, writing, music and poetry. To me, it's all about the love and passion. Oh, and did I mention food & writing yet? :)

Leave A Reply